transition town totnes


Artikel verschenen in Oikos 45, 2/2008

 

Transition Town Totnes
Een verhaal van aanstekelijke sociaal-ecologische verandering in Engeland

(door Rudy Dhont)

Op tal van plaatsen praten mensen niet alleen over verandering. En doen ze ook niet meer de moeite om de burchten van de gevestigde belangen (vruchteloos) te bestormen. Ze stappen gewoon resoluut de andere kant op, in de richting van een nieuwe en leefbare toekomst. Eén van die plaatsen is ongetwijfeld Totnes. Als transition town is Totnes het verhaal van lokale veerkracht en gemeenschapsopbouw in antwoord op de uitdagingen van piekolie en klimaatverandering. Een optimistisch, inspirerend en hoopvol verhaal van mensen die de toekomst niet willen afwachten maar mee vorm geven.

Print eens je eigen geld

Op wat de twaalfde sensibiliseringsavond in het spreekwoordelijke dozijn leek te worden, kreeg ik een Totnes Pound in mijn handen geduwd. Of ik hem – een facsimile van een lokale Engelse pond die ooit in gebruik was geweest in de regio – alsjeblief niet als aandenken mee naar België wou meenemen, maar wou uitgeven in één van de lokale winkels? Ik was geamuseerd en nieuwsgierig. Dit was anders. Dit was zo’n moment dat je op het puntje van je stoel gaat zitten. Het leek de initiatiefnemers uit Totnes, een stadje van zo’n 8500 inwoners in het zuidwesten van Engeland, menens.

De Totnes Pound die ik op 7 maart 2007 kreeg, was één van de driehonderd die toen, bij wijze van proef, in omloop werden gebracht. Een bureau voor virale marketing had het niet beter kunnen bedenken: je eigen geld printen en in omloop brengen, dat maakt de tongen los. Allerlei mensen gingen zich inderdaad allerlei vragen stellen, en de nieuwsgierigheid was gewekt. Met dit vreemde gedoe leek alvast het zo vertrouwde geld even uit het lood geslagen. Want je kon er wel degelijk in een 18-tal zaken mee betalen.

Het was de initiatiefnemers inderdaad menens. Drie maanden later, halverwege juni 2007, werden in een tweede uitgifte 10.000 biljetten van 1 Totnes Pound in omloop gebracht. En in januari 2008 werd zelfs fase 3 gestart. De lokale ponden worden ondertussen als betaalmiddel aanvaard op een 60-tal plaatsen. Het verhaal erachter? Lokaal geld, dat zijn waarde verliest als je het op de koelkast onder een magneetje als curiositeit bewaart, is goed voor de lokale economie en de weerbaarheid van de plaatselijke gemeenschap.

Het achterliggende verhaal

Dat intrigerende lokale geld dat een gemeenschap zomaar zelf kon printen en waarmee je ook andere dingen kon betalen dan de workshops uit de alternatieve sfeer, deed het hem bij mij. Stukje bij beetje kwam ik achter het grotere verhaal waarbinnen het lokale geld past, dat van Totnes als Transition Town. De beweging van transition initiatives waarbij bijna wekelijks andere steden, dorpen en regio’s aansluiten, heeft ondertussen de landgrenzen overschreden en ook elders talloze groepen van mensen geïnspireerd. Na Kinsale en Totnes kwamen Penwith, Ivybridge, Falmouth, Moretonhampstead, Lewes, Stroud, Ashburton en een hoop andere - een 50-tal in totaal - , waaronder ondertussen ook initiatieven in Wales, Schotland, Ierland, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook een aantal grotere steden of regio’s zijn ondertussen in de officiële lijst van het Transition Network opgenomen: Bristol (400.000 inwoners), Forest of Dean (80.000), Nottingham (280.000), Brighton & Hove (250.000).

Het verhaal achter de Transition Towns is er één van daadwerkelijke sociaal-ecologische verandering. Wat in Totnes aan de gang is, de laatste paar jaar, werd onlangs in Ecologist magazine (november 2007) omschreven als het meest betekenisvolle en mogelijks grensverleggende sociaal experiment van onze tijd (1). Het was een gelukkig toeval dat ik dat experiment op een aantal momenten van dichtbij mocht meemaken en enkele van de initiatienemers en veldwerkers mocht ontmoeten. Maar zelfs van op afstand is het bijzonder inspirerend (2) .

Hoewel Transition Town Totnes en het ruimere Transition Initiatives en Network ondertussen gedragen worden door een veel bredere groep van mensen, is voornamelijk Rob Hopkins de inspirerende kerel achter deze transitiecultuur. Een blik op zijn verhaal is meteen ook een inkijk in de uitgangspunten en kernconcepten van de beweging zelf en de uitdagingen waarop ze een antwoord wil zijn.

Piekolie

De klimaatproblematiek, en de opwarming van de aarde in het bijzonder, vormen natuurlijk een belangrijke en verontrustende aanleiding tot actie op allerlei terreinen. Toch is het voornamelijk de realiteit van piekolie - en de uitdaging waar dat moment ons voor stelt - die bepalend is geweest in wat Rob Hopkins uiteindelijk zal brengen tot de idee van de Transition Towns. Gewoonlijk worden de twee, piekolie en klimaatverandering, binnen de transitiebeweging als een tweelingprobleem voorgesteld, maar het is vooral piekolie, als het einde van het tijdperk van gemakkelijke en goedkope olie, die de beweging stuwt.

Piekolie is het moment, gewoonlijk bekeken op wereldschaal, dat het aanbod of de productie van olie niet langer aan de vraag ernaar kan tegemoetkomen. Het is niet dat de olie letterlijk opraakt - het is met andere woorden geen verhaal van absolute reserves -, maar wel dat er een eind komt aan de flow of directe beschikbaarheid ervan. Het gaat dus met andere woorden om het bereiken van de maximale productiecapaciteit van een bovendien niet eindeloze energiebron in een geglobaliseerde economie die steeds meer van het goedje nodig heeft. Meer en meer ernstige signalen wijzen in de richting van een oliepiek die reeds in de achteruitkijkspiegel kan gezien worden (2005, 2006, 2007). Of op zijn minst in de heel nabije toekomst ligt (2008 - 2012) (3).

Op papier lijkt die piek misschien op het eerste gezicht niet veel meer dan de top van een klokvormige curve, in de realiteit betekent zij niet minder dan een kantelpunt voor zowat alles waar we in het dagelijkse leven mee te maken hebben: of het nu om onze voeding gaat en hoe die tot bij ons komt, om de producten die we kopen, om de manier waarop we ons verplaatsen of ontspannen, of het werk dat we doen. Piekolie wordt inderdaad een heel ontnuchterende realiteit als we ons realiseren hoe fossiel-intensief en olieafhankelijk onze productie- en consumptiepatronen zijn, of kortweg, onze economie en levensstijl. Olie dus als achilleshiel van onze economische globalisering.

En voor wie de ontnuchtering ten top wil drijven, het ondertussen stilaan bekende verhaal. Wat kort en ongenuanceerd door de bocht misschien, maar toch: alternatieven voor olie, op de schaal die de wereld nodig heeft en op de termijn waar we tegenaan kijken, zijn niet in zicht. Fossiele alternatieven zijn vaak zelfs problematischer voor het milieu en zullen hun eigen piek bereiken binnen afzienbare tijd. Een heel aantal toepassingen van olie liggen trouwens vanuit aardgas of steenkool niet zo voor de hand. Agrobrandstoffen zorgen dan weer, op zijn zachtst uitgedrukt, voor meer problemen dan ze pretenderen op te lossen. Hernieuwbare energie uit wind, zon, getijden, … is aan een gestage opmars bezig, maar dat is niet van die aard dat ze een geglobaliseerde economie zoals we die nu kennen, zal kunnen gaande houden. En zelfs wie uit pure wanhoop op kernenergie wil gokken, neemt er daarmee niet alleen een extra hypotheek op de toekomst bij, maar loopt sowieso tegen zijn eigen peak uranium aan.

Permacultuur

Rob Hopkins is volop betrokken als lesgever in een tweejarige permacultuur-opleiding in Kinsale (Ierland) op het moment dat hij en zijn studenten met de problematiek van piekolie geconfronteerd worden. Via de documentaire The End of Suburbia en een lezing van Colin Campbell (The Coming Oil Crisis), wordt op een ontnuchterende manier duidelijk dat onze samenleving op geen enkele manier voorbereid lijkt te zijn op een omslag van die omvang - het feit dat het allemaal en binnen behoorlijk korte termijn met een pak minder (olie)energie zal moeten.

De handschoen wordt opgenomen: met een groep studenten uit het permacultuur-programma buigt Rob Hopkins zich over de vraag hoe we ons kunnen voorbereiden op een toekomst die veel minder olieafhankelijk is, en dus ook veel veerkrachtiger is om allerlei schokken en schokgolven ten gevolge van piekolie te doorstaan. Want dat is het vooral: 3% minder olie, per jaar, grofweg vanaf nu, hoe pak je zoiets in 's hemelsnaam aan? Waar piekolie de uitdaging vormt aan de probleemzijde, zit dus met deze groep mensen permacultuur als belangrijke inspiratiebron aan de oplossingskant.

In permacultuur worden zorg voor de aarde en zorg voor de mens verenigd. Waar aanvankelijk permacultuur vooral geassocieerd wordt met landbouw of tuinieren, verruimt het blikveld stilaan. In permacultuur worden leefomgevingen, in harmonie met de natuur, bewust zo ontworpen dat grondstoffen niet uitgeput geraken en ecosysteemfuncties niet aangetast. Integendeel, ze kunnen zich constant vernieuwen en vormen een gezond, veerkrachtig en - per definitie - duurzaam systeem. Deze leefomgevingen zijn dan ook zelfonderhoudend via allerlei vormen van onderlinge afhankelijkheid en samenwerking. Diversiteit, stabiliteit en veerkracht van natuurlijke ecosystemen staan dus model, ook als het erom gaat onze gemeenschappen van de toekomst te ontwerpen.

Dat is hoe Rob Hopkins en zijn studenten, vanuit hun achtergrond en vertrouwdheid met permacultuur, de uitdaging van piekolie te lijf gaan: de samenlevingsvorm voor een post peak oil toekomst ontwerpen. Concreet krijgt dat de vorm van een Energy Descent Action Plan waarin Kinsale op weg wordt gezet om van zijn olieafhankelijkheid af te geraken (4). De titel van het plan laat misschien vermoeden dat het hier om het zoveelste lijstje gaat van individuele do's and don'ts om energie te besparen. Onterecht: het gaat eerder om wat we kunnen en moeten opbouwen als gemeenschap dan wel om wat we allemaal achterwege moeten laten en niet meer mogen of kunnen als individu.

De tweede helft van het olietijdperk: naar boven afdalen

Nogal wat mensen uit het piekolie-wereldje concentreren zich inderdaad op de top van de klokvormige curve die we kennen sinds M.K. Hubbert in 1956 zo'n 15 jaar op voorhand de piek in de olieproductie voor de (lower °48) VS voorspelde. Heel wat verschillende mensen en instanties proberen in te schatten wanneer inderdaad die piek, wereldwijd gezien, valt (of reeds gevallen is). De aandacht is daarmee een beetje onterecht op het piekmoment zelf komen te liggen, terwijl dat er misschien niet zoveel toe doet. Of er zo’n piekmoment zit aan te komen, is trouwens al lang geen vraag meer: het beetje discussie dat er nog is, gaat over het wanneer.

Veel belangrijker is echter dat we met dat moment terecht komen in wat Colin Campbell ‘de tweede helft van het olietijdperk’ noemt. En dat daarmee met andere woorden onherroepelijk de weg naar beneden is ingezet. Het is die weg waarop we ons volgens Rob Hopkins moeten focussen en die we maar beter overdacht voorbereiden. Het uitgangspunt - zoals de descent in de titel van het Kinsale plan aangeeft - is dan ook zonder meer: we moeten naar beneden, sowieso. Een beetje in dezelfde trant zegt David Korten (The Great Turning): het is niet dat we alles willen veranderen, alles zal gewoon veranderen. En gezien alles toch zal veranderen is het verre van onzinnig om die verandering richting te geven, zeker waar het nogal steil bergaf gaat. Het alternatief - last man standing toestanden in het wereldwijde gescharrel om energie en grondstoffen - is nauwelijks een alternatief.

Dat de weg naar beneden niet noodzakelijk ellende, ontbering en verval hoeft te betekenen, maar een hoopvol verhaal is van een aantrekkelijke toekomst, brengt ons bij één van de redenen waarom de idee van de transition towns zo inspirerend is. Campbell spreekt trouwens ook over de ‘dageraad’ van de tweede helft van het olietijdperk. De suggestie van Rob Hopkins om het over trough oil (een laagte- of dieptepunt) te hebben, alsof we uit een diep en donker dal moeten klimmen, is dan ook niet zo onverwacht en toont aan dat met een beetje creativiteit de dingen ook heel anders kunnen bekeken, ervaren en aangepakt worden. In ieder geval zit, voor wie moet stappen, tussen ‘hier moeten we vandaan’ en ‘daar willen we naartoe’ een wereld van verschil en, zoals zal blijken uit het concrete verhaal van Totnes, is dat van cruciaal belang.

Totnes ontketend

De ideeën die aan de basis liggen van het Energy Descent Action Plan dat in 2005 voor Kinsale wordt opgemaakt, vinden enige tijd later vruchtbare bodem in Rob Hopkins’ nieuwe thuishaven: Totnes, het stadje in Devon dat altijd al wat het stempel van alternatief had gehad. Dit keer is niet alleen een groep studenten, maar een veel bredere groep van mensen uit de plaatselijke gemeenschap betrokken. Maar de basisovertuiging is dezelfde: als het goed wordt aangepakt en voorbereid, is een (stads)gemeenschap die veel minder energie en grondstoffen gebruikt, niet alleen mogelijk, maar bovendien een weerbaarder gemeenschap, en een leukere omgeving om in te wonen en leven. Wat daarvoor vooral moet gebeuren is het losmaken van de collectieve vindingrijkheid en het talent van een gemeenschap. En dat is het wat een transition initiative vooral is: het antwoord van een gemeenschap op een uitdaging - a community response to peak oil -, of misschien nog preciezer: het terug opbouwen van een weerbare lokale gemeenschap als antwoord op piekolie.

De weg die Totnes daarbij gevolgd is, wordt al gaande gebaand. Er is geen masterplan met antwoorden en een uitgewerkte strategie. Het begint zoals het met de studenten in Kinsale was gelopen: met filmvertoningen, discussies, open avonden. Het is niet dat er geen stevig informatief luik is. Met sprekers als Colin Campbel, Richard Heinberg en Chris Skrebowski - om alleen nog maar enkele mensen uit de wereld van piekolie te noemen - is stevige input verzekerd door mensen die weten waarover ze het hebben. Toch ligt de klemtoon ergens anders: het gaat om een proces van voornamelijk - samen met anderen - nadenken over de juiste vragen, eerder dan te vertrekken van - door anderen - geformuleerde antwoorden. Langzaam groeit er bij heel wat mensen iets van een bewustzijn dat dingen anders moeten en anders kunnen. En dat ze ook gewoon ooit anders geweest zijn: de oudere inwoners kunnen zich nog de tijd herinneren dat Totnes het min of meer deed met wat het in huis had aan energie, voeding en grondstoffen. Typerend en opvallend is dat bij elke activiteit die georganiseerd wordt, mensen expliciet uitgenodigd worden vooral ook met elkaar te praten en kennis te maken. Zelfs initiatieven die - op papier - eerder informatief lijken, zijn daarom ook altijd als gemeenschapsopbouw bedoeld. De grondintuïtie blijft dat een omslag van dat formaat niet door individuen kan gemaakt worden, maar door een beweging van mensen. Wat gebeurt, is dus meer dan dat individuen zich bewust worden rond de problemen die er aankomen.

Van in het begin, dus ook bij de fase van sensibilisering rond de ontnuchterende vaststelling dat we met piekolie voor een bijna onmogelijke opgave staan, is de dynamische en enthousiasmerende onderstroom in de hele beweging een positieve visie. De aanpak is niet een afschrikstrategie waarbij mensen de daver op het lijf gejaagd worden met verschrikkelijke toekomstbeelden, in de (ijdele) hoop dat ze dan onmiddellijk in actie schieten. Daar zou de logica en de psychologie wel eens verkeerd kunnen zitten: visies en levensstijlen verdwijnen niet als ze worden aangevallen en afgebroken, ze worden achtergelaten als er een aantrekkelijk alternatief is. Het gaat evenmin om protest, acties, campagnes en gelobby. De richting is anders - geen campaigning against maar campaigning for -; er wordt niet gezocht naar een schuldige die vervolgens als zondebok alle energie opslorpt. Het opzet van de activiteiten is vooral om mensen samen te brengen en een noodzakelijk andere, maar betere toekomst te laten ontwerpen/zien. Voor wie het gewoon is om ergens actie tegen te voeren of een kat een bel aan te binden, kan dat samen er wel eens verrassend divers uitzien. De beweging is dan ook een behoorlijk bontgekleurd geheel.

Totnes lijkt de stappen te zetten vanuit de kracht van dergelijke positieve visie: een toekomst waar ruimschoots voldoende is. Energiearm, maar rijk aan tijd, minder stresserend, gezonder, rustiger en gelukkiger. Lokaler, meer geworteld, en met een rijker sociaal web. Het vooruitzicht lijkt dus aantrekkelijk genoeg om mensen te mobiliseren en verandering teweeg te brengen: tegen september 2006, ongeveer een jaar na de eerste filmvoorstelling van The End of Suburbia, heeft de beweging voldoende momentum gecreëerd om officieel ‘ontketend’ te worden met “The Official Unleashing of Transition Town Totnes”, in aanwezigheid van 350 mensen.

Vooronderstellingen en principes

Aan de basis van het concept van de transition initiatives liggen, dat zal ondertussen wel duidelijk zijn, een aantal vooronderstellingen. Kort opgesomd komt het er op neer dat we het met aanzienlijk minder energie zullen moeten doen in de toekomst en dat het beter is daarop voorbereid te zijn dan erdoor verrast te worden. Onze woon- en leefgemeenschappen ontbreken de veerkracht en het herstellingsvermogen om piekolie en de schokgolven als gevolg ervan op te vangen. Daarom moet er als gemeenschap gehandeld worden, en wel onmiddellijk. Door de creativiteit en collectieve genialiteit die in een gemeenschap aanwezig is aan te spreken, kan een post peak oil toekomst voorbereid worden waarin mensen meer verbonden zijn, een rijker leven leiden en toch de biofysische grenzen van de planeet niet overschrijden.

Wat het transitieconcept volgens Rob Hopkins onderscheidt van andere initiatieven, vat hij in een aantal principes samen. Sleutelelement bij uitstek is in ieder geval de kracht van een positief en uitnodigend toekomstbeeld. Er is het vaste geloof dat we ons inderdaad eerst het aantrekkelijke en innemende van zo’n toekomst moeten voorstellen, om stappen in die richting te kunnen ondernemen. Gezien de uitdagingen waar we voor staan ook zo enorm zijn - piekolie, klimaatverandering - , kunnen we het ons niet permitteren om alleen in onze vertrouwde kringetje rondjes te draaien. Zonder de samenwerking en de dialoog van uiteenlopende groepen en mensen, is de kans immers gering dat ooit een afdoend antwoord geformuleerd wordt op deze crisissituatie. Mensen op een verstaanbare, maar degelijke manier wegwijs maken in piekolie, klimaatverandering en de eraan gerelateerde problematieken, is trouwens nooit een overbodige luxe. Zeker met alle verwarrende berichtgeving er rond. Het is van belang mensen te wapenen zodat ze hun eigen antwoorden kunnen formuleren.

Eerder werd al duidelijk dat in het transitieconcept de weg naar een zero carbon gemeenschap niet kan zonder, eigenlijk zelfs neerkomt op het herstellen van de veerkracht van een lokale gemeenschap. Het één zonder het ander lukt niet. Ook vanuit psychologische hoek is het concept behoorlijk doordacht. Gevoelens van machteloos of overdonderd te zijn, of alleen te staan, ze horen erbij en er moet mee omgegaan worden. Het verschil tussen ergens samen naar toe te kunnen stappen, eerder dan iets te moeten opgeven is psychologisch verre van onbelangrijk. Mensen moeten ook op een veilige manier kunnen praten, overleggen en delen wat hen bezighoudt. Een gelegenheid om succesvolle stappen samen te vieren moet met beide handen aangegrepen worden, ook dat versterkt een gemeenschap. Een laatste principe dat het transitieconcept karakteriseert is dat de oplossingspaden die geëxploreerd worden, overtuigend moeten zijn en in overeenstemming met de omvang van de uitdagingen waar we voor staan. Doordat het concept zich op het niveau van de gemeenschap bevindt, is het van een heel andere aard en gaat het vaak veel verder dan de individuele respons of het initiatief van de overheid.

Totnes revisited

Wat volgt in de maanden na de ‘ontketening’ van Transition Town Totnes (september 2006), is een reeks filmvoorstellingen, sprekers, cursussen en dagen of avonden volgens het principe van open space en world café. Mensen en groepen worden uitgenodigd om hun plaats in te nemen binnen de beweging, met hun enthousiasme, kwaliteiten en ervaring. Talrijke werkgroepen worden gestart: rond energie, voeding, economie en geld, gezondheidszorg, transport, onderwijs, kunst, heart and soul, … van waaruit dan weer talloze nieuwe initiatieven genomen worden. De hele idee om de Totnes Pound als lokaal betaalmiddel te lanceren, is er maar één van. Om een concreet idee te krijgen van wat er in beweging gezet is, laten we hier nog een paar andere dingen de revue passeren.

Transition Tales is één van die initiatieven die de creativiteit wil vrijmaken die nodig is om de weg naar een energiearme samenleving te vinden. Verhalen vertellen en toekomsten verzinnen helpt kinderen zowel als volwassenen zich een beeld te vormen over wie ze later willen zijn, en dat is dan weer één van de manieren om de kracht van een positief, aantrekkelijk toekomstbeeld te plaatsen tegenover de behoorlijk ontnuchterende realiteit van de energieafdaling waar we voor staan. Als pilootproject wordt een driedaags programma rond verhalen vertellen opgezet in één van de scholen in Totnes. Wat later volgt een Transition Tales Scrapbook Creation Day, met o.a. een snelcursus creatief schrijven, waarin deelnemers via verhalen hun verbeelding gebruiken om het Totnes van het jaar 2030 te ontwerpen en vorm te geven. Een proces dat aansluit bij wat ook wel eens imagineering genoemd wordt. Dat is het aangrijpen van verhalende verbeeldingskracht om de mogelijkheden die we bedenken ook werkelijkheid te laten worden in het echte leven (5).

Skilling Up for Powerdown is een soort avondschoolprogramma dat over tien weken (één avond per week) loopt. Bedoeling is de deelnemers vaardigheden, kennis en achtergronden te laten opdoen om zelf - als veldwerkers - beter aan de slag te kunnen binnen de transition town beweging. Het programma loopt ondertussen voor de derde keer. Het verkent de antwoorden die kunnen gegeven worden op piekolie en klimaatverandering, met op de eerste plaats vanzelfsprekend een stevige verkenning van de problematieken zelf. Onderwerpen zijn verder: permacultuur; voeding; energie; bouwen; afval, water en sanitair; economie en geld; bomen en bosgebied; psychologie van verandering. De laatste sessie is er één waarin de verschillende inzichten bijeengebracht worden om te zien wat dat, via of vanuit de deelnemers aan de cursus, kan betekenen voor het transitieproces van Totnes.

Om kans op slagen te hebben, moeten in het transitie-initiatief ook de bedrijfs- en zakenwereld betrokken worden. Via de Totnes Pound die de lokale economie moet ondersteunen, worden in ieder geval al heel wat winkels, kramen, restaurants, bedrijven enz… betrokken. Helemaal in de lijn van het verminderen van de olieafhankelijkheid (een stevig Energy Descent Action Plan), is Totnes nu ook gestart met OVA (Oil Vulnerability Auditing), een instrument waarmee lokale bedrijven een zicht kunnen krijgen op hun olieafhankelijkheid. Het meetinstrument werd aan de universiteit van Liverpool ontwikkeld en in een pilootfase in Totnes gebruikt in enkele bedrijven. In een notendop komt het hierop neer: alle bedrijfsactiviteiten, processen, energie- en goederenstromen worden in kaart gebracht, zowel wat direct als indirect oliegebruik betreft (bv. verwarming, transport, productie, verpakking, energieverbruik, gebruik van petrochemica, …). Door vervolgens simulaties van prijsstijgingen voor olieproducten te doen, worden de kwetsbare plekken van het bedrijf blootgelegd. Bedrijven die het risico van sterk stijgende en fluctuerende olieprijzen voor zichzelf inschatten en kwantificeren, en oplossingen daarvoor zoeken en implementeren, zijn beter voorbereid op de energy descent en hebben dan ook een competitief voordeel. Zelfs als ze geen notie hebben van de piekolie of klimaatproblematiek voelen bedrijven zich hier aangesproken: de relevantie voor hun bottom line is immers groot. Dit soort initiatieven, aansluitend bij de realiteit en finaliteit van het bedrijfsleven, moet het bedrijfsleven haar cruciale plaats helpen vinden in de transitiebeweging.

De voedselproblematiek baant zich stilaan een weg naar de top van allerlei prioriteitenlijstjes. Voeding is dan ook op zo goed als alle fronten verbonden met de energie- en olieproblematiek. Het verbaast dan ook niet dat heel wat van de initiatieven die in Totnes lopen met voeding te maken hebben. De werkgroep rond voeding zit niet stil: een gids over lokale voeding, een garden share project, de aanplant van notelaars in de stad, uitwisselmomenten voor planten en zaden, een campagne voor meer volkstuintjes, … De basis voor veel van deze initiatieven wordt vrij snel na de “ontketening” van TTT gelegd met “Feeding Totnes. Past, present and Future” - een avond met verschillende sprekers - en “How will Totnes Feed Itself Beyond the Age of Cheap Oil?” - de eerste open space dag. Ook de vertoning van The Power of Community. How Cuba survived Peak Oil zal een inspirerend moment geweest zijn voor mensen die meer met voeding bezig zijn. De documentaire laat immers zien hoe in Cuba - dat met de val van het Oostblok en het embargo zijn eigen piekolie al heeft meegemaakt - op heel creatieve wijze steden ondertussen min of meer in hun eigen voedsel voorzien. Iemand noemde ze onlangs de balkonista’s, de mensen die hun eten en inkomen halen uit wat ze in de stad op hun balkonnetjes en daken aan groenten en fruit verbouwen. Het is volgens Rob Hopkins trouwens pas de laatste 40 jaar dat ook bij ons omwille van overvloedige en goedkope olie de luxe bestond om totaal nutteloze tuinen en landschappen te ontwerpen met de esthetische bomen en het onderhoudsarme lage struikgewas dat we ondertussen zo goed kennen van onze industrieparken.

Een cruciale rol in Transition Town Totnes wordt ook gespeeld door de Local Government Liaison groep. Hierin zitten een aantal mensen die vertrouwd zijn met de politieke structuren en beslissingsniveaus, vaak omdat ze er zelf deel van hebben uitgemaakt. Zij doen de netwerking met de lokale overheden, kijken wie best waar (persoonlijk) uitgenodigd wordt, houden in de gaten waar en wanneer advies kan gegeven worden, bekijken welke beslissingsbevoegdheden bij welke instanties liggen, … Hun bedoeling is nodeloze hinderpalen voor het transitieproces op te ruimen en positieve, enthousiaste en vruchtbare relaties te helpen opbouwen met de lokale overheid. De ervaring in Totnes is in ieder geval dat er niet hard op deuren moet geklopt worden. De deur staat vaak al open en de bereidheid om de beweging te ondersteunen is groot. Net zoals bij de zakenwereld wordt hier dus actief het ‘them and us’-straatje vermeden. De rol die in het transitieconcept voor lokale overheden weggelegd is, is er dus eerder één van ondersteunen, aanmoedigen en mogelijk maken, dan wel van (top down) aansturen. Als de beweging, of beter: de gemeenschap, voldoende momentum en energie heeft opgebouwd, dan zullen overheden en politici er deel van willen uitmaken, omdat daar net de vernieuwing plaatsvindt. De steun van de lokale overheid geeft in ieder geval extra kracht aan de beweging.

Deze manier van denken nog even doortrekkend, stelt Rob Hopkins dat deze aanpak - een gemeenschap die zichzelf heruitvindt - ook politici met een veel gedurfder programma (rond klimaat en energie wel te verstaan) verkiesbaar zal maken. Waar politici verweten worden met te weinig gedurfde standpunten en programma’s voor de dag te komen, mag er volgens Rob Hopkins niet vergeten worden dat vanuit electoraal standpunt een stevig energy descent action plan (minder autogebruik, minder energie, …) verre van evident is. Overheden, politiek en politici zijn op dit punt over het algemeen eerder reactief, dan proactief. Zij kunnen vernieuwende initiatieven bekrachtigen, maar hebben het veel moeilijker ze te initiëren. In de omgekeerde beweging, waar de gedurfde verandering van de lokale gemeenschap komt, wordt ook politiek van onderop veranderd. Een beleid of programma dat tot voor enkele jaren electorale zelfmoord was, zal in Totnes binnenkort misschien wel de zekerste manier zijn om mee te zetelen.

De vlinder van Lorenz (6)

In de chaos- en complexiteitstheorie kan een klein verschil, via allerlei versterkende terugkoppelingsmechanismen, grote veranderingen teweeg brengen. Meestal, in het klimaatdebat, denken we dan aan ‘kleinigheden’ waardoor kritische drempelwaarden overschreden worden die dan (mogelijks) desastreuze gevolgen hebben. Deze vlinder van Lorenz kan echter even stevig in de andere richting fladderen. Wat, in een onooglijk gat, met enkele positieve stappen van een paar mensen begint, zou zich wel eens razendsnel kunnen uitbreiden. Mensen die ik ontmoette uit Transition Town Totnes verbazen zich af en toe over het grote domino-effect, maar blijven er overigens heel bescheiden bij. Zij weten dat er langs hoek en kant talloze anderen zijn, in talloze andere organisaties, die al jaren het beste van zichzelf geven: misschien is het gewoon dat de tijd er rijp voor is, misschien is het de juiste combinatie van toevallige omstandigheden… Transition initiatives claimt ook weinig voor zichzelf: het zou dom zijn om wat er aan ervaring, kennis en energie al jarenlang op het terrein bestaat onbenut te laten, laat staan er op neer te kijken. Ook hier weer is er, in overeenstemming met één van de kernideeën uit de beweging, alleen maar ‘us’ en geen ‘them and us’.

Dat het transition concept zich als een virus verspreidt, staat vast. De idee wordt door talloze mensen opgepikt en naar huis meegenomen, getuige de lijst van ondertussen officiële transition towns, villages, cities, islands, hubs, hamlets and forests. De mensen van Transition Town Totnes worden overstelpt met vragen. Verrassend genoeg moeten zij zelf vaak in de achteruitkijkspiegel kijken om te zien hoe het allemaal gelopen is. Er was ervaring, een flink stuk intuïtie, een boel ideeën en heel wat positieve energie, maar niet echt een uitgestippeld project of plan van aanpak met strategische doelstellingen aan de ene kant en kritische prestatie-indicatoren aan het ander eind van het managementsdenken. Totnes is meer een verhaal, in de zin waarin Bert Schierbeek het aangaf: “Een mens leeft in verhalen, hij ontkomt ze en maakt nieuwe.” Dit verhaal wordt al vertellende gemaakt, of als je het omdraait: mensen vertellen, en op een bepaald moment merk je dat er een verhaal is.

Door het verhaal opnieuw te moeten vertellen, als antwoord op de talloze vragen, werd voor de mensen uit Transition Town Totnes de verhaallijn ook zichtbaar. In de achteruitkijkspiegel werden een aantal dingen duidelijker: wat cruciale momenten waren, welke ideeën of principes het verschil maakten, welke methodieken werkten, waar de valkuilen zaten en de te nemen hindernissen, waar de balans ligt dus denken, durven en gewoon doen.

Om het haalbaar te houden voor iedereen, om nieuwe initiatieven beter te kunnen ondersteunen, om ontgoochelingen en mislukkingen te helpen vermijden, en de eigenheid van het transitieconcept toch enigszins te vrijwaren, wordt vrij snel het Transition Network opgericht (openingsconferentie in mei 2007). Hun missie? Er zijn voor gemeenschappen die via het transitiemodel piekolie en klimaatverandering recht in de ogen willen kijken, en dat betekent: inspireren, ondersteunen, bemoedigen, opleiden en met elkaar verbinden. Alleen initiatieven die klaar geacht worden om de stap te zetten, krijgen de officiële status van transition initiative. Op het moment van het schrijven van dit artikel zijn het er 50 die aan de criteria voldoen. Het netwerk is in volle ontplooiing, maar heeft alvast een beknopte handleiding, nieuwsbrief en een Training for Transition programma voor wie zelf in de eigen woonplaats van start wil gaan. Concrete ondersteuning wordt geboden waar nodig (sprekers, organisatie, wiki-ondersteuning, …). Onlangs, van 11 tot 13 april 2008, werd de tweede jaarlijkse conferentie van het transitienetwerk gehouden.

One for the sea

Cirkels zijn mooi. Om te eindigen daarom een citaat dat ook werd aangehaald in het Kinsale Energy Descent Action Plan, waar het in zekere zin allemaal mee begon: “Als je een schip wil bouwen, breng dan geen mensen bij elkaar om hout aan te slepen, verdeel het werk niet voor hen, geef geen orders. Nee, leer hen te verlangen naar de onmetelijke uitgestrektheid van de zee.” (Antoine de Saint-Exupéry)

Rudy Dhont

(1) Zie www.theecologist.org: “Local hero Rob Hopkins: Transition Town Totnes. From theory to practice, how one man is helping a community respond to the threat of peak oil – from its own currency to relearning lost arts.” by Ed Hamer.
(2) Informatie over Transition Town Totnes, en Transition Initiatives en het Transition Network in het algemeen, haalde ik onder andere uit de ontmoetingen en gesprekken die ik had met mensen uit de beweging. Bij een aantal van de activiteiten, sprekersavonden en voorstellingsrondes was ik aanwezig. Rob Hopkins, die doorgaat als grondlegger van het concept, houdt verder een heel interessante blog bij, waarop hij regelmatig verslag uitbrengt over hoe het loopt (www.transitionculture.org). Alles wat in Totnes gebeurt, is ook te volgen op hun website (www.totnes.transitionnetwork.org) die ondertussen opgenomen is op de Transition Towns wiki (www.transitiontowns.org) die zowel het Transition Network als de verschillende Transition Initiatives huisvest. Interessante lectuur vormen ondertussen het in maart 2008 verschenen The Transition Handbook van Rob Hopkins (Greenbooks, 240 p) en de Transition Initiatives Primer (een voortdurende geüpdatete handleiding voor wie de transitie wil maken, ondertussen - half april - versie 25, en een 50-tal pagina’s lang) van de hand van Ben Brangwyn (mede-oprichter van het Transition Network) en Rob Hopkins. Nogal wat van wat in het boek en de handleiding opgenomen is, was al eerder in een verscheidenheid van documenten, verslagen, commentaren, en overwegingen op de blog en/of de websites te lezen (of als opgenomen files te beluisteren). Specifieke bronvermeldingen (met betrekking tot de hier opgesomde bronnen) laat ik daarom achterwege.
(3) Voor een update, zie www.theoildrum.com.
(4) Zie http://transitiontowns.org/Kinsale/ voor een download.
(5) Tom Atlee,“imagineering embraces any use of imaginative narrative to realize, create, or catalyze in real life the potentials we are imagining” (http://storyfieldconference.com/Imagineering.html).
(6) Beeld om duidelijk te maken dat iets miniems ontzettend grote gevolgen kan hebben: de vleugelslag van een vlinder aan het ene eind van de wereld kan een tornado veroorzaken aan het andere eind (gebruikt door Edward Lorenz). Voor het belang van dergelijke inzichten uit de niet-lineaire wetenschap, zie bijvoorbeeld het gelijknamige hoofdstuk uit Jones, P. T. en R. Jacobs, Terra Incognita. Globalisering, ecologie en rechtvaardige duurzaamheid, Gent, Academia Press, 2006.